De meerwaarde van 2000 natuurkundigen

Wemelen, dát is het goede woord. Conferentiecentrum Koningshof wemelt afgelopen januari van de natuurkundigen. Ze komen voor het jaarlijks congres Physics@FOM Veldhoven. Voorzitter Niek Lopes Cardozo: ‘We bouwen hier een community.’

Het heeft wel iets weg van een mierenhoop. Een stroom natuurkundigen trekt door de lange gangen van het Veldhovense conferentieoord Koningshof. Het ene zaaltje na het ander, en waar je ook kijkt zijn er mensen met FOM-badges. Het zijn er dit jaar 2000, een recordaantal. De fysici zijn in hier voor het jaarlijkse, tweedaagse congres van FOM, de stichting voor fundamenteel natuurkundig onderzoek en onderdeel  van NWO.

De organisatie van het megacongres is strak. Een zoemer kondigt een nieuwe ronde voordrachten aan, met recht-toe-recht-aan titels als ‘subatomaire fysica’ en ‘nanotechnologie’. De zaalvoorzitters kennen geen genade als sprekers te lang van stof zijn. Hun schema staat geen uitloopt toe, er hoppen immers mensen heen en weer tussen de acht gelijktijdige sessies.

Wat is de meerwaarde van een congres van deze omvang? Een natuurkundige die de snaartheorie bestudeert, staat mijlenver af van een biofysicus die aan nieuwe microscopen werkt. ‘Ik vind het een vies woord, maar het dekt de lading: we kweken hier een community. In de moderne wetenschap draait alles om samenwerken. En je kunt pas samenwerken wanneer je weet wat anderen in huis hebben’, stelt Niek Lopes Cardozo in de Kempenhal, het bonzend hart van de conferentie. De FOM-bestuursvoorzitter is deze dagen gastheer van de Nederlandse natuurkundegemeenschap. Hij vertelt dat FOM de conferentie gratis aanbiedt, om de drempel zo laag mogelijk te houden. En dat werkt. Iedereen is er, van promovendus tot hoogleraar. Natuurkundigen uit het bedrijfsleven ontmoeten er klanten, maar ook hun oud studiegenoten. Een VWO-docent demonstreert een nieuw ontwikkeld practicum voor zesdejaars scholieren, die vanaf volgend jaar les krijgen in kwantummechanica. Jonge promovendi presenteren hun werk, en Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft slentert er langs hun posters. Iedereen is er, omdat iedereen er is.

In zijn openingstoespraak roept Lopes Cardozo de bezoekers op naar presentaties buiten hun eigen vakgebied te gaan. ‘De Nederlandse natuurkunde is van topkwaliteit, en al dat moois is hier verzameld. Ga dus vooral buiten de gebaande paden kijken.’ De Groningse hoogleraar Ronnie Hoekstra komt al zolang hij weet naar Veldhoven. Hij beaamt de woorden van Lopes Cardozo, dat hier rondsnuffelen nieuwe samenwerkingen oplevert. ‘Wij werken samen met een groep uit Nijmegen, hun werk heb ik hier voor het eerst gezien.’ Ook dit keer heeft hij weer mensen gesproken die hij anders niet had ontmoet. Zo werd Hoekstra aangeschoten door twee mensen van microscoopfabrikant FEI: ‘Zij wilden doorpraten over een vraag, die ik had gesteld bij een presentatie van Nikhef, het instituut voor hoge energiefysica. Het ging over een probleem, waar wij mee hebben geworsteld. De mensen van FEI hebben een soortgelijk effect in hun modellen.’

De natuurkunde is breed. Iedere specialisme – vastestoffysica, hogeenergiefysica – heeft zijn eigen vakconferenties. ‘Bij een congres van je eigen specialisatie weet je vooraf wat je krijgt. Hier is het een verrassing. Soms valt het tegen, soms loop je tegen wat moois aan’, zo vat promovendus Florian Studener het ‘Veldhoven-gevoel’ samen, terwijl hij pauzeert in de Kempenhal. Hier wordt gepraat. Over nieuwe projecten, de toekomst van het vak, over posities die vrij komen en over fondsenwerving. Vooral voor de groepsleiders en hoogleraren is FOM Veldhoven de netwerkbijeenkomst van het jaar.

‘De conferentie heeft ook een belangrijke beleidsmatige component. We mogen allemaal een eigen specialisme hebben, er spelen in de wetenschap genoeg dingen die ons allemaal aangaan’, benadrukt Bas van de Meerakker, die een onderzoeksgroep in Nijmegen leidt. ‘Dit jaar de nieuwe wetenschapsvisie bijvoorbeeld, de reorganisatie van NWO. Die zal ook invloed hebben op FOM.’ De werkgroepleiders komen altijd een dag voor de conferentie al naar Veldhoven, voor een beleidsbijeenkomst. ‘Deze keer stond bijvoorbeeld de tenure track op de agenda.’ Bij een tenure track moet een onderzoeker in een bepaalde tijd laten zien dat hij goed genoeg is voor een vaste plek in de wetenschappelijke staf. ‘Dat systeem komt overwaaien uit Amerika, maar iedere universiteit vult het anders in. Het is goed om te weten hoe de anderen daar mee omgaan.’ Van de Meerakker weet nu al dat hij volgend jaar weer naar de conferentie komt: ‘Het is een automatisme, ik blok de datum standaard in mijn agenda. Je moet hier zijn. Waarom? Omdat iedereen er is.’

 

Dit artikel is verschenen in het aprilnummer van Hypothese, 2015. Het nummer is in te zien en te bestellen op de site van NWO.