Hittebarrière

In het boek Hittebarrière beschrijft Anouck Vrouwe de 50-jarige geschiedenis van het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen (tegenwoordig Differ). Het boek verscheen in november 2009.

Rijnhuizen is in 1959 opgericht voor het onderzoek naar kernfusie: de energiebron van de zon. Tegenwoordig doet het instituut naast fusie-onderzoek ook onderzoek met een vrije-elektronenlaser en ontwikkelt het spiegels en andere optica voor extreem ultraviolet licht. NWO-voorzitter Jos van Engelen nam het eerste exemplaar in ontvangst tijdens het jubileumsymposium van Rijnhuizen.

Weekblad Intermediair over Hittebarrière: ' (...) het boek is vooral een beknopte, goedgeschreven en mooi geïllustreerde geschiedenis van de fusie-queeste.'

Fragment uit Hittebarrière

Tijdens de tweede Atoms for Peace-conferentie in Genève, in september 1958, leggen Amerika, de Sovjet-Unie en Engeland hun kaarten open op tafel. De landen hebben jarenlang in het geheim fusieonderzoek gedaan. De belangrijkste reden voor die geheimzinnigheid was dat er bij fusie neutronen vrijkomen. Goede neutronenbronnen waren schaars, begin jaren 50. En ze waren gewild, omdat neutronen essentieel zijn in de productie van plutonium en het starten van een splijtingsreactie. Bovendien wilde niemand de ander wijzer maken dan hij al was in de race om goedkope energie. Maar in de periode van de geheimhouding had geen van de landen een fusiereactor weten te ontwikkelen.

Om atomen te versmelten zijn hoge temperaturen nodig. Het bleek moeilijk om hete plasma's op te sluiten: ze zijn instabiel en laten zich niet zomaar vangen. De fusiegrootmachten ontdekten in de loop van de jaren 50 dat het nog jaren zou duren voor ze een fusiereactor zouden kunnen bouwen. Bovendien kwamen er andere neutronenbronnen beschikbaar, waardoor ook die reden tot classificatie verviel. Daarom besloten de fusielanden grote delen van het onderzoek vrij te geven, in de hoop met internationale samenwerking verder te komen dan alleen.

Op de conferentie in Genève is Nederland met een delegatie van 44 mensen goed vertegenwoordigd. Eén van hen is fysicus dr. C.M. Braams. Kees Braams is op dat moment wetenschappelijk leider van Werkgroep TN V, een van de vijf werkgroepen die onder de nieuw opgerichte FOM-werkgemeenschap 'Onderzoek thermonucleaire reacties' valt. Het FOM-bestuur heeft in 1957 namelijk besloten dat Nederland moet aanhaken bij het internationale fusieonderzoek. Dit op advies van een studiegroep, die in april 1957 concludeert dat 'fusie van lichte atoomkernen de wereld een onvoorstelbare hoeveelheid energie kan leveren'. Wie een exemplaar van Hittebarrière wil bestellen, kan terecht bij Differ - de nieuwe naam voor FOM Rijnhuizen: info at differ punt nl.