RAI dopt eigen boontjes

De twee restaurants in het nieuwe RAI-gebouw serveren straks zelfgekweekte courgettes, pompoenen, boontjes en kruiden. Die komen uit de bloeikas achter de glazen zuidgevel. De kas verwarmt en bevochtigt ook de lucht voor de congreshallen.

“De RAI is een bijzondere opdrachtgever. Die mensen zijn gewend om op te bouwen en weer af te breken. Ze staan open voor ideeën, zeggen makkelijk ‘goed, doen we’. ‘Kan niet’ staat er niet in het woordenboek.” Die houding heeft de bloeikas mogelijk gemaakt, benadrukt Pieter van der Palen. Een opdrachtgever die op safe gaat, had het niet gedaan. Van der Palen: “Ik ken niet alles wat er in Nederland wordt gebouwd, maar naar mijn weten is het de eerste gevel waar een kas in wordt geïntegreerd. We hebben alles zo doorgerekend, maar het blijft spannend of de praktijk echt zo uitpakt. Dat is inherent aan pionieren.”

Ir. Pieter van der Palen werkt bij Nelissen, een Eindhovens ingenieursbureau voor elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. Hij is er de projectmanager van de bloeikas van het Amtrium; een plantenkas in de glazen zuidgevel van het nieuwe gebouw van de Amsterdamse RAI. Het gebouw is opgeleverd. Groenspecialist Copijn heeft een ontwerp gemaakt voor de indeling van de kas: deze zomer staan er bij de restaurants in de RAI kruiden, tomaten, erwten, peen en courgettes uit eigen geveltuin op het menu.

De kas zorgt ook voor energiebesparing: hij bevochtigt en verwarmt de lucht voor het congresgebouw. Van der Palen: “De architect, Benthem Crouwel Architecten, had een glazen wand op het zuiden bedacht. Wij bedachten dat dit ontwerp heel geschikt was als zogeheten Trombemuur. Dat is een dubbele gevel, waarbij je met glas zonnewarmte invangt om de lucht voor het gebouw op te warmen.” De betonmuur achter de glaswant warmt op door de instraling van de zon. De lucht voor het Amtrium wordt langs de muur naar boven gezogen en warmt zo op. Op te warme dagen gaan er kleppen om en komt de lucht rechtstreeks van buiten.

Al doende ontstond het idee om van de dubbele gevel ook een plantenkas te maken. “Een groene gevel bij een duurzaam gebouw. De RAI was meteen positief”, aldus Van der Palen. Naast de gevel heeft het gebouw meer duurzame snufjes. De kas wordt bewaterd met regenwater, er liggen zonnecellen op het dak en het gebouw laat wel licht, maar niet teveel warmte binnen. “Het gebouw verbruikt grofweg 40 procent minder energie dan een conventioneel congrescentrum”, schat Van der Palen. Het Amtrium krijgt daarvoor als eerste Nederlands congrescentrum het duurzaamheidslabel BREEAM excellent.  

De bloeikas past in de trend van stadslandbouw. Daarbij gaat het niet zozeer om de opbrengst: wie efficiënt tomaten wil kweken, doet dat niet midden in de stad. “De esthetische en sociale waarde tellen ook. Het levert een mooie groene gevel op. Mensen waarderen het dat de groenten op hun bord vers en van hier zijn.”, aldus Van der Palen.

Van der Palen is tevreden over het ontwerp. Toch steekt hij niet makkelijk de loftrompet over het project. “Ik ben een ingenieur. Ik ben pas gelukkig als het in de praktijk allemaal werkt”, zegt hij daarover. Want hoe charmant het idee ook is, de uitvoering is nog behoorlijk ingewikkeld. Van der Palen: “De gevel is van enkel glas. In de kas heerst een soort buitenklimaat. De temperatuur kan er behoorlijk variëren, daar moeten de planten wel tegen kunnen.”

Van der Palen is ook benieuwd naar de geur van de kas, die met de lucht mee het gebouw inkomt. “Hoe sterk zal die geur zijn? En zullen de mensen het lekker vinden?” Mocht de geur te dominant zijn, dan wordt de lucht verdund: er kunnen extra kleppen open. “We hebben in ons ontwerp op allerlei fronten grotere marges genomen dan normaal, zodat we bij kunnen sturen.”

 

Reactie van Ir. Tycho Vermeulen, onderzoeker Glastuinbouw bij Wageningen Universiteit

“Mag ik vanille tippen?”

"Het Amtriumproject is een mooi voorbeeld van een duurzaam gebouw, dat zich met het leveren van vers voedsel onderscheidt. E zijn al eerder soortgelijke concepten ontwikkeld, maar de realisatie bleef steeds uit.

Glastuinbouw is niet makkelijk: het zal een paar jaar duren voordat duidelijk is welke gewassen het goed doen, en voordat de medewerkers weten hoe je goed met de planten omgaat. Het gebruik van regenwater voor de bewatering is slim bedacht. Het werken met enkel glas zal wel beslagen ramen opleveren. Met de juiste substraatkeuze, regelmatige voedings- en water en een smaakvol ras verwacht ik dat je bijvoorbeeld 15 tot 20 kilo tomaten per plant kan produceren. De opbrengst zal niet genoeg zijn om de hele keuken mee te voorzien. Maar het vertelt wel het verhaal, dat er in de tuinbouw gezonde en lekkere groenten worden geproduceerd. En mag ik tot slot vanille tippen?”

 

Het artikel is verschenen in De Ingenieur 2/2015. Een link naar een pdf van het artikel is te vinden op de site van De Ingenieur, scroll naar beneden tot Nelissen ingenieursbureau, Amtrium RAI met bloeikas.

 

Toevoeging: Op de Dag van de Ingenieur is bekend gemaakt dat Nelissen met de bloeikas de prijs De Vernufteling 2015 heeft gewonnen.