Back to basics

Hightech staat voor het oplossen van problemen met complexe technologie en brengt een steeds groter energieverbruik met zich mee, stelt technologieblogger Kris De Decker. Hij pleit daarom voor lowtech, die draait op hernieuwbare energie, maar wel in een modern jasje. ‘Het zou goed zijn om oude technologieën als de zaagmolen weer op te pakken.’ Anouck Vrouwe sprak De Decker voor een artikel in de Ingenieur.

Niet hightech, maar lowtech heeft de toekomst, stelt technologieblogger Kris De Decker. Hij houdt regelmatig een warm pleidooi voor lowtech tijdens bijeenkomsten. Het verrast hem nog altijd hoe fel mensen kunnen reageren op die voordrachten. ‘Dan voel ik weerstand in de zaal en dan ga ik ook wel een beetje provoceren’, bekent hij. Zo herinnert hij zich een voordracht in Antwerpen voor de Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging.  ‘Ik zou een half uur spreken; het werd meer dan drie uur. Mensen schreeuwden, er werd geduwd en getrokken. Ik wist niet wat ik meemaakte. Die ingenieurs leken te denken dat ik ze overbodig vond. Het tegendeel is waar: als we naar een lowtech toekomst willen, dan hebben we alle ingenieurs juist hard nodig om onze technologie aan te passen.’

De Decker vertelt via Skype vanuit zijn studeerkamer in een dorp bij Barcelona. In 2007 verruilde hij Vlaanderen voor Catalonië, door de liefde, zoals dat gaat. En ineens had hij tijd. ‘Ik kende nog niemand hier.’ Hij begon toen zijn blog Lowtech Magazine, dat inmiddels 25 000 trouwe lezers heeft en 150 000 unieke bezoekers per maand haalt. De blog gaat over het potentieel van ‘ouderwetse’ technologie. ‘Als journalist voor De Standaard, De Tijd en Knack schreef ik altijd al over energie en hightech. Het grote verschil is dat ik als journalist geen conclusies trok. Als blogger kan ik wel zeggen welke kant het naar mijn mening op zou moeten.’

En over die richting is De Decker duidelijk: we moeten af van ons hightech denken en toe naar lowtech. ‘Hightech staat voor het oplossen van technologische problemen met complexe technologie. Die technologie geeft vervolgens op haar beurt ook problemen, die opnieuw worden opgelost met nog ingewikkeldere technologie. Zo worden onze producten steeds complexer en verbruiken ze steeds meer stroom.’ De Decker noemt beeldschermen als voorbeeld. De LCD-technologie was per vierkante centimeter zuiniger dan de oude beeldbuis, maar in plaats van stroombesparing bracht dat ons vooral grotere beeldschermen. ‘Nu hangen we gigantische schermen op in winkels en in de buitenlucht. Door de nieuwe technologie zetten we nu beeldschermen in voor behoeften die we vroeger niet hadden. En het verbruik voor beeldschermen blijft maar stijgen’, zegt De Decker. Hij noemt ook de Tesla. ‘Dat heet groene hightech, maar het is gewoon een zware auto die veel energie verbruikt. Hij is bovendien zo duur dat hij alleen voor de happy few is.’

Nee, dat wordt in de toekomst niet beter, verwacht De Decker. ‘Dat is nog een kenmerk van hightech. Hightech valt vaak tegen, maar dan beloven fabrikanten een oplossing in de toekomst.’ Beter zou het zijn om auto’s kleiner en lichter te maken. ‘Pas ze aan op het feitelijk gebruik: meestal zitten er één, hooguit twee mensen in.’ Onbegrijpelijk vindt De Decker dan ook dat de overheid gloeilampen verbiedt, terwijl ze geen strengere eisen aan het gewicht van auto’s stelt. De gloeilampwet is in zijn ogen slechts autoritaire symboolpolitiek. ‘Als de overheid energiebesparing wil afdwingen, dan moet ze energie duurder maken. Als stroom niet langer spotgoedkoop is, zal de consument vanzelf kritischer naar het energieverbruik van apparaten kijken.’

Kwetsbaar
Volgens De Decker is ons groeiend energieverbruik het grootste punt van zorg. ‘Om tal van redenen. Het maakt ons afhankelijk van landen die fossiele brandstoffen leveren, en het maakt ons kwetsbaar voor stroomuitval, zeker doordat we allerlei technologie met elkaar verknopen. Als in Nederland de stroom een paar dagen uitvalt, raakt alles ontwricht. Zelfs de riolen zouden niet werken, omdat de bediening van pompen stroom vergt.’ Dus wil De Decker terug naar de basis, naar lowtech. Technologie die draait op hernieuwbare energie, maar dan wel in een nieuw jasje. Mobiele telefoons bijvoorbeeld, die met de hand zijn op te winden. Of velomobiels, van die overdekte fietsen die vrij moeiteloos heel hard gaan.

Ook in de industrie zou De Decker graag ‘vergeten technologie’ inzetten. ‘Natuurlijk kun je stroom maken met windmolens en daar zaagmachines mee aandrijven, maar die tussenstap overslaan is efficiënter. Vroeger zaagden we met zaagmolens ons hout, waarbij wind rechtstreeks werd omgezet in beweging. Het zou een goed idee zijn om dat soort oude technologieën weer op te pakken. Dan kunnen we de stroom van de windmolens gebruiken voor andere dingen.’

Dat de zagerij dan stilstaat op windstille dagen, ziet De Decker niet als een probleem. ‘Je produceert minder. Maar dat is prima, want we werken en produceren nu toch te veel.’ Een lowtech samenleving vereist dus een nieuwe instelling, waarin het optimaliseren van de productie niet langer het doel is. ‘Dat past niet in onze economische modellen’, beaamt de Vlaming. ‘Die modellen zijn gebaseerd op eindeloze groei, waarbij we de milieuschade even vergeten, net als het feit dat mensen in andere landen krom liggen voor onze groei.’

De industrie heeft duidelijk belang bij continue groei, bij hightech, aldus De Decker. ‘Met onze huidige kennis en kunde is apparatuur veel zuiniger en robuuster te maken, maar dan kopen mensen minder vaak een nieuw apparaat.’ Begrijp De Decker niet verkeerd, hij wil niet terug naar de tijd van paard en wagen. Hij wil de kennis van vandaag gebruiken om technologie fundamenteel te verduurzamen. ‘Ik hou van de moderne samenleving. Die wil ik graag behouden. Maar als we op deze weg doorgaan, maken we die samenleving steeds kwetsbaarder en raken we haar mogelijk kwijt.’

Peper-en-zoutstel
Voelt hij zich trendsetter, luis in de pels of roepende in de woestijn? De Decker lacht en antwoordt meteen ‘alle drie’. ‘Laatst was ik bij mijn ouders. Die hadden een nieuw peper-en-zoutstel, op batterijen. Ze vertelden me hoe handig dat was, dan had je nog maar één hand nodig om zout in de soep te doen. Is dat het waard om meer olie en steenkool voor te gebruiken? Dan voel ik me wel een roepende in de woestijn.’

Maar hij weet dat hij niet de enige roepende is. ‘Het wordt drukker in de woestijn. Mijn blog wordt goed gelezen, ook door wetenschappers. Ik heb een essay over energie geschreven voor het Rathenau Instituut, ik werk samen met de Britse Lancester University. Daar wordt technologie onderzocht vanuit de behoeften van mensen. De onderzoekers kijken bijvoorbeeld hoe we ICT gebruiken. Ook daar zullen we wat moeten verzinnen op het groeiend energieverbruik.’ De Decker voelt zich deel van een traditie: ‘Dat gaat terug tot Fritz Schumachers idee van appropiate technology.’ Schumacher was een Engelse econoom die pleitte voor gedecentraliseerde technologie naar menselijke maat. Hij schreef in 1973 het invloedrijke boek Small is beautiful: a study of economics as if people mattered.

De Decker: ‘Vaak ben ik optimistisch, er is een nieuwe generatie die open staat voor deze ideeën. Maar soms voelt het zinloos als ik iemand met zijn dikke auto zie pochen, die het allemaal echt geen reet kan schelen.’ De Decker probeert zelf zo veel mogelijk naar zijn idealen te leven. Dankzij een paar eenvoudige ingrepen ligt zijn energieverbruik fors lager dan dat van de buren. Zo gebruikt hij de moderne variant van de hooikist bij het koken en draagt hij ’s winters thermo-ondergoed, waardoor hij zonder verwarming kan. ‘Jezelf verwarmen is een stuk efficiënter dan je huis verwarmen.’

Verder vliegt hij niet, maar neemt hij rustig de tijd om met de trein naar zijn lezingen te gaan – ook als dat betekent dat hij vier dagen onderweg is van Barcelona naar Helsinki. Hij wil zijn leefstijl graag nog verder aanpassen, maar het komt er steeds niet van. ‘Ik ben zo bezig met mijn blog en het verspreiden van mijn ideeën, dat ik niet genoeg tijd neem voor verdere aanpassingen.’ Dat moet veranderen, heeft hij zich heilig voorgenomen. ‘Veranderen kost tijd en moeite, maar ik wil die moeite graag doen.’ Hoe lastig verandering is, proeft hij tijdens zijn lezingen. ‘Mensen willen echt wel anders, maar ze hebben niet het gevoel dat ze de maatschappij fundamenteel kunnen veranderen. Ik denk dat dat wel kan.’ |

Dit artikel verscheen in De Ingenieur.